Schoolmeesters als orgeldeskundige in de 19e eeuw in Súdwest-Fryslân
Friese Orgelkrant 2026
Deel 1: leden van de familie Posthumus
Waar orgels worden gebouwd of gewijzigd is deskundigheid vereist, niet alleen bij de orgelmaker die het werk uitvoert, maar zeker ook aan de kant van de doorgaans weinig of niet deskundige
opdrachtgever. Goede adviezen zijn daarom vaak onmisbaar. Dit leidde uiteindelijk tot het ontstaan van het fenomeen 'orgeladviseur'. Tot in onze eeuw werden daarvoor bekende
of kundig genoeg geachte organisten doorgaans alleen gevraagd om een orgel na gereedkoming te inspecteren en zo na te gaan of de orgelmaker het betreffende werk volgens het bestek had uitgevoerd,
en het vervolgens ook in te spelen. In de negentiende eeuw zien we ook organisten die zich al in een éérder stadium bemoeien met een project, bijvoorbeeld door een opzet
('plan') voor het werk te maken.
Een voorbeeld daarvan in Friesland was de bekende Steven Wijnand Velds (1798-1862), organist van de Grote Kerk in Sneek. Ook zijn zoon Jacob Velds (1838-1890) was enkele malen actief als adviseur.
(*1) Naast deze professionele muziekmeesters – en dan laten we de activiteiten van bijvoorbeeld jhr. mr. S.W. Trip uit Groningen en Leeuwarder organisten zoals Klaas Suringbroek even
terzijde – valt in negentiende-eeuws Friesland ook de activiteit op van enkele plattelandsonderwijzers als organisten/keurders in Súdwest-Fryslân. Zo was vanaf ongeveer 1820 Hendrik Reidsma als
zodanig vanuit Ysbrechtum actief en zien we dit vanaf omstreeks 1850 door 'school-Onderwijzers' met de naam Posthumus vanuit Wommels. Al is hun wijze van werken voor zover we daarvan
een (nog bepaald onvolledig) beeld hebben, niet vergelijkbaar met die van orgeladviseurs in onze tijd, ze hebben in een andere tijd op hun manier de kwaliteit van de nieuwgebouwde orgels bewaakt,
ook al betrof het 'slechts' orgels in dorpskerken. Omdat het onderzoek naar genoemde onderwijzer/organist Hendrik Reidsma momenteel nog niet is afgesloten (de resultaten daarvan hopen
we volgend jaar te publiceren), schenken we in het huidige artikel aandacht aan de muzikale familie Posthumus uit Wommels, waarvan leden op verschillende manieren
banden met 'het orgel' hadden.
DE FAMILIE POSTHUMUS
Dirk Hendriks Posthumus (1803-1870) was van 1823 tot 1828 schoolmeester, koster, organist en klokkenluider in Spannum. Hij kwam per 6 oktober 1828 als onderwijzer 2e rang naar Wommels en was daar
tevens organist gedurende de rest van zijn werkzame leven. In 1828 werd er een nieuwe school gebouwd en in januari 1847 kwam er een nieuw orgel in de kerk. Hij kreeg op 1 maart 1862 eervol ontslag
om gezondheidsredenen als onderwijzer. Van hem zijn twee activiteiten met betrekking tot nieuwe orgels bekend:
1847 Wommels, nieuw orgel door P.J. Radersma. Het instrument werd gekeurd door Hendrik Reidsma uit IJsbrechtum, terwijl D.H. Posthumus, 10 gulden ontving “wegens eene vereering voor het bespelen van het
orgel bij deszelfs inwijding”.
1856 Kubaard, keuring nieuw orgel van Willem Hardorff (zie hierna).
Berend Dirks Posthumus (*6-11-1835) kwam per 8 september 1856 als ondermeester (3e ranger) vanuit Heeg naar Kubaard. Hij vertrok per 1 juli 1862 naar zijn geboorteplaats Wommels, waar hij per 1 juli
zijn vader Dirk Hendriks Posthumus opvolgde. Berend Posthumus zal de eerste beginselen van het orgelspel ongetwijfeld van zijn vader hebben opgestoken en wellicht ook zijn interesse in
het orgel als muziekinstrument. Of hij daarna nog elders les heeft gehad, is niet bekend, maar hij was ongetwijfeld meer dan gewoon getalenteerd.
Behalve met orgels was Posthumus ook in ruimere zin muzikaal actief in onder andere Wommels en (later) Leeuwarden. In april 1868 dirigeerde hij het sinds kort bestaande 'Mannenkoor' uit Wommels
in een aangenaam en beloftevol concert. Over hem werd gezegd: “De naam Posthumus waarborgt ons voor de deugdelijkheid van dit zangcollegie, daar hij hier en in onze environs als
een goed zanger, pianist en organist bekend staat. Tot opluistering van dit feest gaven de jonge heeren: P. en W. Wierdsma, alsmede de jonge juffer R. de Jong (allen leerlingen
van den heer Posthumus), proeven van hunne bedrevenheid en schoonen aanleg op de piano.” Verdere activiteiten op dit gebied in de jaren daarna zijn vooralsnog niet bekend. (*2)
Van Berend Posthumus zijn de volgende activiteiten op orgelgebied bekend (tenzij anders aangegeven betreft het hervormde kerken):
Kubaard 12 oktober 1856, nieuwbouw door Willem Hardorff. Het orgel was onderzocht door (vader) Dirk H. Posthumus en bespeeld in een concert door zijn zoon B.D. Posthumus
(“onze jeugdige Onderwijzer”). “CUBAARD. Den 12 October 1856. Heden had deze Gemeente het voorregt, haar Kerkgebouw, nadat hetzelve van tijd tot tijd verbeterd en verfraaid was, versierd te zien met een fraai net
bewerkt en voor hetzelve geheel berekend ORGEL, hetwelk ten gelijken tijde Godsdienstig werd toegewijd, door onzen Leeraar F. DETHMERS, met eene toespraak naar aanleiding van Psalm 150: 45.
Talrijk en aanzienlijk was de schare zoo van hier als van elders tot dit feest opgekomen. Een uur na geëindigde Godsdienstoefening, deed onze jeugdige Onderwijzer B. POSTHUMUS, in een Orgelconcert,
zoowel de schoonheid der toonen op zich zelve, als vereenigd, alsmede het krachtvol vermogen van het speeltuig smaakvol uitkomen, waarbij ook een talrijke schare tegenwoordig was.
Het Orgel, gesticht uit eigen Kerkefondsen, is vervaardigd door den verdienstelijken Orgelmaker W. HARDORFF, te Leeuwarden; een werk, waaraan de vervaardiger geen moeite gespaard heeft, en
hetwelk door eene nette en kunstige bewerking, door liefelijke en krachtvolle toonen, als een uitmuntend werk verdient geacht te worden, zoo als het bij onderzoek de welverdiende
lof van de kunstkenner, den Heer D. POSTHUMUS, heeft weggedragen; weshalve wij voornoemde Orgelmaker in zijn betrekking een ieder aanbevelen; als verzekerd, dat hem zoodanige werken met
het volste vertrouwen kunnen worden toevertrouwd.” (*3)
1862(?) - 1881 (?): Wommels: in 1863 (een jaar na de komst van Berend Posthumus naar Wommels) voerde Willem Hardorff uitgebreid schoonmaak en herstel uit voor ƒ 455,-. Vijf jaar
later vond ook door hem voor ƒ 1775,- uitgebreid herstel plaats na een brand in de kerk. Daarna bleef het onderhoud verder bij Hardorff (voor 16 à 18 gulden per jaar), “terwijl daarop
toezicht werd gehouden door koster-organist B. Posthumus, waarvoor hem ƒ 15 per jaar extra werd uitgekeerd. In latere jaren stemde genoemde Posthumus zelf”. Daarna ging het onderhoud
over naar de firma Bakker & Timmenga. (*4)
1868 Hommerts: op 17 december vond de ingebruikneming plaats van een tweeklaviers orgel van L. van Dam en Zonen. Nadat twee niet bij name genoemde deskundigen het instrument hadden
onderzocht kwam Posthumus aan bod: “Ook hebben wij bij deze gelegenheid den heer Posthumus leeren kennen, als een bekwaam organist. Niet alleen het koraalspel, maar ook de uit
voerig der concert-stukken was voortreffelijk en heeft onze verwachting overtroffen.” (*5) Welke composities door Posthumus werden gespeeld is niet bekend. Mogelijk was Post
humus één van die niet bij name genoemde deskundigen.
1870 Oosterend. Bij de ingebruikneming van het Hardorff-orgel op zondag 13 november werd het instrument tijdens de inwijding bespeeld door jhr.mr. S.W. Trip uit Groningen,
'voor de beminnaars van het orgelspel gevolgd door een 'heerlijk' concert door Posthumus, 'die ook door zijne bekwaamheid de innerlijke waarde van het nieuwe orgel ten vollen deed
bevestigen.' (*6)
1871 Oudeschoot, 15 oktober: bij de ingebruikneming van het nieuwe Hardorff-orgel, werd dit door Posthumus bespeeld: “'t Nieuwe instrument, hetwelk zoowel in- als uit
wendig een goeden indruk maakt, werd voor deze gelegenheid bespeeld door den heer B. Posthumus, hoofdonderwijzer te Wommels, wiens gevoelvol spel inderdaad schoon mag
genoemd worden. Eene overgroote schare woonde deze plegtigheid bij.” (*7)
1875 Lollum, 29 september: inwijding van een nieuw orgel van Jan van Gelder. Posthumus “toonde ook weder bij deze inwijding zijne grote bedrevenheid”. (*8)
1875 Winsum, zondag 17 januari: inwijding van een nieuw orgel van Hardorff; tijdens inwijding en ook bij het concert daarna was er “prachtig spel” door Posthumus. (*9)
1876 Itens, 27 augustus: inwijding van een nieuw Hardorff-orgel Bij deze gelegenheid bespeeld door “den bekenden organist, de heer B. Posthumus te Wommels, gaf deze ook hierbij
wederom blijk van zijn meesterschap in het orgelspel, dat in de daad treffend was”. (*10)
Opgave voor Oargelpaad is uitsluitend mogelijk door tijdig een minimale bijdrage van € 20,- over te maken naar rekeningnummer NL64INGB0002377793 t.n.v. Stichting Organum Frisicum, o.v.v.
Oargelpaad, postcode en huisnummer. U ontvangt daarvan een bevestiging. Kijk voor meer informatie, waaronder de gehele procedure, op www.organumfrisicum.frl onder Activiteiten -> Oargelpaad -> voor organisten.
1876 Baaium; Hier werd in 1876 besloten het bestaande orgel te vervangen door een groter instrument; het oude werd daarom te koop aangeboden. Inlichtingen werden verstrekt door orgelmaker
Willem Hardorff en 'Hoofdonderwijzer en organist' B. Posthumus. (*11) Het oude orgel staat in gewijzigde en uitgebreide vorm tegenwoordig in de hervormde kerk te Achterberg (Utrecht).
1878 Pingjum; op 14 april ingebruikneming van een nieuw orgel van Friedrich Leichel, orgelmaker te 'Dusseldorp': “Plechtig en op waardige wijze werd het door ds. Muller, van Oosterend,
alhier vroeger als predikant werkzaam, tot de openbare eredienst toegewijd, terwijl bij deze gelegenheid de heer Posthumus, openbaar onderwijzer en organist te Wommels, uitgenoodigd was
de krachtige accoorden en de welluidenste melodiën uit het gestichte te onlokken. Stichter, spreker en organist worden dan ook hier in 't openbaar nogmaals den dank der gemeente toegebragt”. (*12)
1878 Baaium. Het nieuwe Hardorff-orgel werd op 10 juni 1878 in gebruik genomen, waarbij B. Posthumus, “onder wiens opzigt het orgel was vervaardigd”, met 'meesterhand' het instrument
bespeelde tijdens de dienst en daarna 's middags van 5-7 uur. (*13) Verder werd over Posthumus opgemerkt: “De bekwaamheid van den organist sprak niet minder luide en krachtig als die
van den vervaardiger van 't orgel”. (*14)
1881 IJlst, doopsgezinde kerk, zondag 11 december: inwijding van een nieuw orgel van Bakker & Timmenga, daarna volgde een bespeling ook door B. Posthumus. (*15)
1882 Aldeboarn, doopsgezinde kerk. Op 27 augustus vond de inwijding plaats van een nieuw tweeklaviers orgel van Bakker & Timmenga. Het werd bespeeld door Posthumus: “Het spel was meesterlijk”.
1885 Arum, nieuw orgel van Friedrich Leichel en Zoon, examinatie door J. Worp (organist Martinikerk Groningen). Tijdens de dienst en 's middag werd het instrument bespeeld door Posthumus,
waarbij men nogmaals de gelegenheid had “de schoonheid van het orgel en de vaardigheid van den heer B. Posthumus te bewonderen”. (*16)
NAAR WORKUM
Na zijn pensionering vertrok Posthumus eerst in 1887 als 'muziekmeester' naar Workum, Mogelijk leverde dat te weinig middelen van bestaan op en vestigde hij zich om die reden vervolgens al
in 1888 in Leeuwarden. Nog vanuit Workum was hij betrokken bij een nieuw orgel in de hervormde kerk in Baard:
1888 Baard, nieuwbouw door Bakker & Timmenga: tijdens de inwijding op 11 maart 1888 werd het bespeeld door organist Jansen uit Mantgum, daarna volgde een concert door Posthumus. (*17)
IN LEEUWARDEN
In mei 1888 verhuisde hij naar Leeuwarden en presenteerde hij zich daar als muziekonderwijzer: (*18)
Daarnaast verkocht hij ook wel muziekinstrumenten zoals seraphine-orgels, zoals bijvoorbeeld blijkt uit een advertentie in de Leeuwarder Courant van 9 juli 1888 van B. Posthumus & Comp.
Wie achter het “& Comp.” schuil gaat is niet bekend.
Blijkbaar bleef het organist-zijn hem nog steeds trekken, want in augustus 1890 solliciteerde hij vergeefs naar die post in de Westerkerk te Enkhuizen. Als referentie noemde
hij de heer Van Vlissingen, directeur van de Enkhuizer HBS, die hij nog kende uit zijn tijd in Wommels (wellicht een oud leerling?). (*19)
In Leeuwarden fungeerde hij zeker twee periodes als waarnemend organist van de Grote of Jacobijnerkerk (zie hierna). Verder dirigeerde hij er o.a. de Evangelische Zangvereeniging en de Chr.
Zangvereniging 'Hallelujah': “In 't bijzonder verdient nog een woord van lof de uitvoering van no. 17 van het programma: Psalm 8, op muziek gebracht door den directeur, den heer B. Post
humus. Liefelijk en ineensmeltend klonken de koren, solo's en quartetten van dit lied en welverdiend was dan ook het luide applaus dat er op volgde”. (*20)
Ook vanuit Leeuwarden bleef hij actief betrokken bij de ingebruikneming van nieuwe orgels:
1888 Baard, doopsgezinde kerk, nieuw 'fraai' orgel van Bakker & Timmenga. (*21)
Of Posthumus bij dit orgel betrokken was, is momenteel niet bekend, maar wel denkbaar na zijn betrokkenheid bij het orgel in de hervormde kerk eerder dat jaar.
1889 Wijns, op 15 september werd hier een nieuw orgel van Bakker & Timmenga in gebruik genomen. “Het werd voor deze gelegenheid bespeeld door den heer B. Posthumus,
muziekonderwijzer te Leeuwarden, wiens uitmuntende spel den aanwezigen in de kerk een groot genot verschafte”. (*22)
1890 Veenwouden, op 14 september werd een nieuw orgel van Bakker & Timmenga. Ingewijd. Na afloop bespeelde Posthumus het nog 'een uurtje'. (*23)
1894 Jellum, nieuw orgel van Bakker & Timmenga. Posthumus (aangeduid als “organist in de Grote kerk” te Leeuwarden) speelde op 24 juni tijdens de dienst en een concert
daarna, waarbij hij “door zijn kunstig gevoelvol spel de deugdelijkheid van 't orgel liet hooren”. (*24)
1894 Hollum (Ameland), inwijding op 23 september van een nieuw orgel van Bakker & Timmenga. Posthumus werd aangeduid als 'organist der Groote Kerk te Leeuwarden'.
Gerept werd onder andere over “de heerlijke kunst van den organist”. (*25)
1896 Warns, doopsgezinde kerk, ingebruikneming op 26 april van het nieuwe orgel van Bakker & Timmenga: “Het heerlijke spel van den heer B. Posthumus, organist en muziek
onderwijzer te Leeuwarden, die bij deze gelegenheid het orgel bespeelde, wekte aller bewondering”. (*26).
1901 Gaast, gereformeerde kerk (29 november), inwijding nieuw orgel van Bakker & Timmenga, bespeling 'op verdienstelijke wijze' door Posthumus. (*27)
1906 Boazum, hervormde kerk. Op 11 november vond de heringebruikneming plaats van het inwendig gerestaureerde kerkgebouw, waarbij het orgel werd bespeeld door
Posthumus. Hij speelde onder andere de Hochzeitsmarsch van Mendelssohn, 'Fluitconcert' van Ch.M. Rinck en 'Wien Neerl. Bloed' met variaties en finale van G.W. Derx,
“die op zeer verdienstelijke wijze werden uitgevoerd en waarbij door dezen bekwamen organist het orgel in zijne verschillende nuances werd gehoord”. (*28)
POSTHUMUS EN DE GROTE KERK IN LEEUWARDEN
In 1894-1895 fungeerde hij na het overlijden van Klaas Suringbroek tijdelijk als organist van de Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden, waarbij hij met de weduwe Suringbroek
het honorarium deelde (*29), in afwachting van de benoeming van een opvolger. In 1900 volgde hij tijdelijk de ontslagen F. Haanstra op, die hij ook al enkele maanden had
vervangen. (*30) Opvolger werd per 21 juni 1900 J.F. Bos uit Arum, wiens spel aanvankelijk de nodige vragen opriep. Volgens Posthumus was dat echter het gevolg van het bij
Bos nog onbekend zijn met de specifieke mogelijkheden van het grote Müller-orgel en het effect daarvan in de kerk voor de kerkgangers, getuige onderstaande brief: (*31)
Weled. Geb. Heeren Kerkvoogden der Nederduitsche Hervormde Gemeente te Leeuwarden
Naar aanleiding [van] UEGeb. geachte missive dato 14 Juni j.l. heb ik de eer u EGeb. Het volgende mede te deelen:
Ter beoordeeling van een proefspel reken ik in acht te moeten nemen vooral ten opzichte van een zulk uitgebreid Kerkorgel of de sollicitant bekend is met de registratie –
combinatie der stemmen – het Klankgehalte der registers – het Koppelwerk der manualen en pedaal en bovenal het effect van het geluid der samenklank in de Kerk. De heer Bos was
zoo goed als een vreemde en miste genoegzaam al de bovengenoemde gegevens.
Van dit standpunt acht ik mij verplicht Z Eds spel op Zondagavonds 1 Juni in de Groote Kerk te Leeuwarden te beoordeelen en de opmerkingen die ik had als gevolg van onkunde met
het orgel – achterwege te laten dewijl die zeer zeker niet zullen voorkomen als ZEd met een en ander bovengenoemd door grondig onderzoek volkomen op de hoogte met orgel Kerk
en gemeente is. Met eerbiediging van het oordeel van UEGeb zelf van anderen mucien die in de kerk waren en dat van de Som der gemeente meen ik als mijn oordeel te moeten
uitspreken dat de heer Bos zich zeer goed van zijn taak heeft gekweten. – en acht ik ZEd bij voortdurende inspanning degelijke orgelstudie en toewijding aan de dienst der
begeleiding van het Kerkgezang een waardeerend organist.
Hoogachtend dien
[w.g.] B Posthumus
Dankzij adviezen van Posthumus aan Bos werd dit probleem spoedig en kennelijk naar aller tevredenheid verholpen.
Posthumus overleed op 22 april 1915 in Leeuwarden.
MUZIKALE KINDEREN Dirk Berends Posthumus (geboren in Kubaard op 21 mei 1859, overleden in Sneek op 29 oktober 1898) was onderwijzer in Pingjum, waar hij in 1888 trouwde met plaatsgenote Trijntje Yntema.
Hij annonceerde enkele malen in Sneek in 1898 (het jaar dat hij overleed), dat hij onderwijs gaf in muziektheorie, piano en orgel.
Antje Posthumus (*1863) trouwde op 30 juli 1885 met de Leeuwarder orgelmaker Arjen Timmenga. Zij zullen elkaar ontmoet hebben in Wommels, waar de firma Bakker & Timmenga sinds 1882 het orgel in
onderhoud had en (in dit geval Arjen Timmenga) de sleutel van de kerk ongetwijfeld ophaalde bij koster/organist Berend Posthumus thuis. (*32) Dat haar vader daarna alleen maar orgels van haar
orgelmakende echtgenoot bespeelde bij de ingebruikneming is niet geheel verwonderlijk. Ze zullen ongetwijfeld geregeld onderling contact hebben gehad over de bestelde instrumenten. Jouke Posthumus (* 22 maart 1864), begaf zich professioneel al zeer vroeg op het muzikale vlak als muziekmeester, zoals blijkt uit advertenties in augustus 1881 (*33).
Het resultaat van deze oproep is onbekend, maar waarschijnlijk onbevredigend en hij deed spoedig (voorlopig nog vergeefse) pogingen elders aan de slag te gaan.
Op zondag 5 oktober 1884 liet “de nog jeugdigen, maar niettemin zeer bekwamen organist, de heer J. Posthumus van Wommels” tot ieders genoegen het nieuwe Bakker &
Timmenga-orgel in de hervormde kerk te Suawoude horen tijdens de inwijdingdienst en 's middags in een aparte bespeling. (*34) De rest van zijn muzikale loopbaan zou zich
elders afspelen. (*35)
SLOTBESCHOUWING Berend Dirks Posthumus was bij zeker 21 inwijdingen van orgels actief. Over de mate van zijn betrokkenheid in het voorstadium en hoe hij de eindkeuring invulde is nauwelijks
iets bekend. Vermoedelijk heeft hij ze eerst gekeurd (hoewel niet genoemd) en dikwijls bespeelde hij het betreffende instrument ook na afloop van de inwijdingsdienst. Mogelijk
was dit voor de opdrachtgever voldoende om van een gelukt orgelproject te spreken. Het feit dat Posthumus bij de ingebruikneming van zoveel nieuwe orgels betrokken werd,
geeft aan dat zijn (deskundige) inbreng toen breed werd gewaardeerd, evenals zijn spel. Dat hij na 1885 nog uitsluitend betrokken was bij nieuwe orgels van de firma Bakker &
Timmenga was gezien de familierelatie met Arjen Timmenga misschien niet zo vreemd. Daarnaast was hij op latere leeftijd, eerst even Workum, daarna in Leeuwarden, actief
als muziekonderwijzer, koordirigent, handelde hij ook in muziekinstrumenten en bracht hij het op zijn 'oude dag' nog tweemaal tot tijdelijk organist van de Jacobijnerkerk in de
Friese hoofdstad. Geen slechte carrière voor iemand die begon als eenvoudig plattelandsorganist!
VICTOR TIMMER
Noten:
1. Zie: Victor Timmer & Ton van Eck, 'Het Adema-orgel in Dearsum, een bijzonder instrument', Friese Orgelkrant 2025, 21. Behalve de daar genoemde instrumenten in
Gauw, Ysbrechtum en Dearsum keurde hij ook in 1861 het eindresultaat van de restauratie en uitbreiding van het Hinszorgel (door de firma L. van Dam en Zonen) in de
Grote Kerk te Bolsward.
2. Franeker nieuws- en advertentieblad voor de provincie Vriesland d.d. 31 mei 1868.
3. Bericht in de Leeuwarder Courant d.d. 17 oktober 1856.
4. A.P. Oosterhof en E.J. Penning, 'Friesland's orgelhistorie V, Het orgel in de Ned.Herv. kerk te Wommels', Leeuwarder Nieuwsblad d.d. 10 april 1937.
5. Bericht in de Leeuwarder Courant d.d. 5 januari 1869.
6. Bericht in de Leeuwarder Courant van 25 november 1870.
7. Leeuwarder Courant d.d. 17 oktober 1871.
8. Stemmen voor waarheid en vrede, 1875, 1208 en 1209.
9. Franeker Courant d.d 21 januari 1875.
10. Bericht in De grondwet d.d. 26 september 1876.
11. Annonces in de Leeuwarder Courant d.d. 14 en 17 november 1876.
12. Leeuwarder Courant d.d. 23 april 1878.
13. Leeuwarder Courant d.d. 21 juni 1878.
14. Zie het uitgebreide bericht in de Franeker Courant d.d. 20 juni 1878.
15. Leeuwarder Courant d.d. 17 december 1881.
16. Leeuwarder Courant d.d. 3 december 1885. Uitgebreide informatie over dit instrument is te vinden bij: Theo Jellema, Het Friedrich Leichel-orgel in de Lambertuskerk te
Arum (1), Het Orgel 111/2 (maart 2022), 3-13, en idem (2) Het Orgel 111/3 (mei 2022), 3-9.
17. Nieuws van den Dag, d.d. 21 maart 1888. Leeuwarder Courant 19 maart 1888.
18. Annonces in de Leeuwarder Courant d.d. 7 en 14 mei 1888.
19. Sollicitatiebrief, aanwezig in het Westfries Archief te Hoorn, mij gezonden door Theo Jellema (waarvoor dank).
20. Th.P.A. Lambooy, Leeuwarden musiceert, Leeuwarden 1974, 139.
21. Zie het bericht in Friso d.d. 8 december 1888.
22. Leeuwarder Courant d.d. 19 september 1889.
23. Leeuwarder Courant d.d. 18 september 1890.
24. Franeker Courant d.d. 28 juni 1904.
25. Leeuwarder Courant d.d. 2 oktober 1894.
26. Leeuwarder Courant d.d. 29 april 1896
27. De Standaard d.d. 9 december 1901.
28. Franeker Courant d.d. 15 november 1906.
29. HCL, toegang 1700, archief Hervormde gemeente Leeuwarden, inv.nr. 1052, Notulen kerkvoogdij, d.d. 12 september 1894, naar aanleiding van een brief van de weduwe
Suringbroek.
30. In Lambooy, a.w., 169, Posthumus werd hier abusievelijk 'Posthuma' genoemd. Zie over J.F. Haanstra: Frits Zwart, Jan Zwart. Biografie van een gedreven organist en toon
kunstenaar, Utrecht 2025, 36, 46, 53-57 en 61.
31. HCL, toegang 1700, inv.nr. 1166, nummer 35 (stukken sollicitaties organisten).
32. Mededeling Theo Jellema (op gezag van Bert Yedema).
33. Annonces in Friso d.d. 10 en 17 augustus 1881 en in de Leeuwarder Courant d.d. 15 augustus 1881.
34. Zie het bericht in de Leeuwarder Courant d.d. 9 oktober 1884.
35. Hij vertrok per 30 januari 1885 naar Broek in Waterland (inschrijving aldaar op 2 februari) als 'muziekmeester' en organist van de hervormde kerk. Ook dirigeerde hij er het
Fanfarekorps. Per 29 mei 1889 vestigde hij zich in Oudewater, waar hij op 1 april 1912 ongehuwd is overleden, vermoedelijk door hartverlamming. Hij was in Oudewater organist/klokkenist
van de hervormde kerk en was ook actief als stadsmuziekmeester en 'directeur van tal van muziek- en zangvereenigingen'. (volgens mededelingen van Gerben Mourik, de huidige organist in Oudewater,
waarvoor dank). In 1896 nam hij een vergelijkend examen af voor de functie van organist in de hervormde kerk te Capelle a.s. IJssel, Hij wordt in de biografie van Jan Zwart overigens ten onrechte
W.A. Posthumus genoemd (Frits Zwart, Jan Zwart. Biografie van een gedreven organist en toonkunstenaar, Utrecht 2025, 38). In 1909 verzorgde Posthumus er nog de inspeling van een nieuw
orgel in de plaatselijke gereformeerde kerk. Hij bleef er wonen tot zijn overlijden; tussentijdse pogingen elders aan de slag te gaan (zoals in Franeker, Borne en Veendam) bleven zonder succes.